Boek
Nederlands

De trousse

Leo Pleysier (auteur)
Een oude non denkt terug aan een bijzondere vrouwelijke arts die ze eens verpleegde.
Onderwerp
Missionarissen
Titel
De trousse
Auteur
Leo Pleysier
Taal
Nederlands
Uitgever
Amsterdam: De Bezige Bij, 2004
74 p.
ISBN
90-234-1437-3

Besprekingen

Ode aan verdwenen mensensoort

ANTWERPEN - Leo Pleysier schrijft prachtige miniatuurtjes. In Wit is altijd schoon beschrijft hij zijn moeder, in Kast zijn zuster. Zijn nieuwe, opnieuw prachtige novelle De trousse beschrijft een serie herinneringen van een oud Vlaams nonnetje in een Indiaas hospitaal.

DE TROUSSE

Pleysier kiest alweer voor het vrouwelijke perspectief, net zoals in zijn eerdere werk de moeder en de zus het woord krijgen. Dit keer vertelt Rosa, een oude non, over hoe ze Vlaanderen mist, hoe ze nooit helemaal heeft kunnen wennen aan het leven in India.

En nu, aan het eind van haar leven, loopt ook het tijdperk van de Vlaamse missiezusters ten einde. Het hospitaal krijgt een Indiase manager, de drie overgebleven Vlaamse zusters voelen zich aan de kant gezet.

In dat leven van het verzorgen van de armsten is er ook plaats voor gevoel. Er is de passie voor God, maar ook een innige en immer kuise vriendschap voor Astrid, die met haar trousse, een dokterstas, door het hospitaal paradeerde.

De trousse is een ode aan een verdwenen mensensoort en een tot tranen toe bewegende uitdrukking van de hoop dat al het kwade en mensonterende ooit zal kunnen worden weggevaagd.

Leo Pleysier, De trousse, De Bezige Bij, 76 p, 13,50 euro.

Maagdelijk wit

Leo Pleysier

De trousse

De Bezige Bij, Amsterdam, 74 p., 13,50 euro.

In De trousse laat Leo Pleysier de tante non uit De Gele Rivier is bevrozen weer aan het woord met een authentiek verhaal over overtuiging en hoe de tijd die langzaam vermaalt. Een poging om los te raken van zijn bekende stramien, zo lijkt het wel. Maar toch komt Pleysier weer uit in de schaduw van zijn onovertroffen roman Wit is altijd schoon.

Van de jammerlijk misleide Beatrijs tot de in Congo beestachtig verkrachte Angélique (2003) van Erik Vlaminck, nonnen trekken een apart spoor door de geschiedenis van de Vlaamse letterkunde. Misschien doen ze het zo goed in Vlaams proza omdat ze de aloude tweespalt van de Vlaamse volksaard belichamen, vroomheid en generositeit. Omdat uitgerekend aan degene die zich in hun engagement zo moederlijk toegewijd en zorgzaam toonden, jammerlijk een nest gelukkige kinderen verloren is gegaan. Of omdat die overgave vreemd en onbegrijpelijk overkomt voor wie z…Lees verder

Goud in de mond

Leo Pleysier was blijkbaar nog niet uitgepraat over Roza, de non uit zijn roman De gele rivier is bevrozen. In zijn nieuwe novelle, De trousse, laat hij haar vertellen over haar bestaan als missiezuster. Haar relaas krijgt bij momenten de allures van een gebed.

Pleysiers fascinatie voor taal komt in De trousse' ruimschoots tot uiting.

Het hoofdpersonage van de pas verschenen novelle De trousse van Leo Pleysier, een missiezuster, was ook een belangrijk personage in zijn roman De gele rivier is bevrozen . Het ik-personage uit de De gele rivier is bijzonder geïntrigeerd door deze non, die eerst in China en later in India werkt; ze is een curiosum in het erg gesloten universum van zijn Kempense familie.

Haar taalgebruik, haar opvattingen en het beeld dat ze van haar thuisland heeft, zijn blijven stilstaan. Daardoor wordt ze in de ogen van haar familie gaandeweg een anachronisme, een vertegenwoordiger van een vervlogen tijd. In De trousse geeft de auteur haar een eigen stem en licht hij een sluier op over haar bestaan als missiezuster.

Maar zoals we dat van hem gewend zijn, is Pleysier zuinig met woorden en laat hij het mysterie rond het personage deels intact.

De missiezuster, die Roza heet, doet het relaas van…Lees verder

Geniepig geniaal

(tijd) - In zijn nieuwe novelle 'La Trousse' geeft Leo Pleysier een tantenonneke het woord. Dat lijkt een fundamenteel verschil met zijn roman 'De gele rivier is bevrozen'. Die ging ook over een tantenonneke genaamd Roza. Alleen, die Roza trok haar mond bijna niet open. De Roza uit de novelle is een vloed van woorden. En toch. Het spreken en het zwijgen blijken eigenlijk niet zo ver van elkaar te liggen. Beide boeken zijn vooral ontroerende portretten van een breekbaar bestaan.

Soms vraag ik het me wel af. Waarom schrijft hij nu eens geen dikke boeken? Van die boeken waarin je kunt doorlezen tot het buiten lente is. Eigenlijk weet ik het zelf wel. Omdat Leo Pleysier die breedvoerigheid niet nodig heeft, natuurlijk. Ik hoef maar een eerste zin uit zijn boeken te lezen en ik ben er al mee weg. Het zijn altijd dunne romans, met korte zinnen waaruit dan ineens een hele wereld tevoorschijn komt. Leo Pleysier schrijft veel over zijn leven in de Kempen, en die Kempen blijken dan altijd het hele bestaan te bevatten. Ik wist het voordien al, maar sinds Leo Pleysier weet ik het nog beter: de Kempen zijn een metafoor voor ons zijn. Onlangs vloog ik over de Sahara, ik keek uit het raam en meteen kwam Leo Pleysiers roman 'Zwart van het volk' in gedachten. Daarin vliegt de verteller ook boven de Sahara. En alles bleek te zijn zoals ik het jaren geleden al gelezen had. Misschien wel nog eerder door zijn roman dan door wat ik zag. Meer kan je van literatuur niet verlange…Lees verder

Over tante Roza die have en goed, familie en kennissen achterliet in Vlaanderen om in het Verre Oosten het geloof te verkondigen had Leo Pleysier reeds geschreven in De gele rivier is bevrozen (1993). Diezelfde tante Roza komt nu in De trousse zelf aan het woord. En even nadrukkelijk als in De gele rivier is bevrozen staat Pleysier een precieus, tot in de kleinste details opgesmukt taalkunstwerk voor ogen.

Halfzes: zuster Roza ontwaakt. Tien voor zes: de bel is het signaal om in de kapel te gaan bidden. Kwart na zes: de bel van de verpleegstersschool. Half zeven: de klok van de grote kapel. Zeven uur: één enkele slag van de klok van de grote kapel om het begin van de eucharistieviering aan te geven. Maar ook het signaal voor het einde van de nachtpermanentie in de verschillende afdelingen van het hospitaal. Zo wordt het leven van de vertellende ikfiguur in De trousse gedirigeerd en, zoals in de slotzin van de novelle wordt gesuggereerd, in een einde…Lees verder
Deze kleine roman bevat de overpeinzingen van een stokoude Belgische non die zich al meer dan vijftig jaar wijdt aan de ziekenverzorging van armen in India. Een beschrijving van de wereld om haar heen die zo is veranderd, waarin zij met twee andere nonnen is overgebleven als een soort antiquiteit, een wereld ook waarin haar rooms-katholieke geloof met name in haar moederland steeds dieper wegzakt. Daartussendoor zijn er de herinneringen aan haar jeugd op het Vlaamse platteland. Een hoogtepunt, tevens het slot van het boek, vormen haar bewonderende herinneringen aan een vrouwelijk arts die kanker krijgt en tot aan haar dood door haar wordt verpleegd, waarbij ze haar trousse (dokterstas) ten geschenke krijgt en wier begrafenis 'een huldemanifestatie wordt zoals we hier nog nooit gezien en meegemaakt hebben'. Leo Pleysier beschrijft het heel precies en fraai geserreerd, soms wel iets te kaal. Gebonden uitgave op pocketformaat; normale druk.

Over Leo Pleysier

CC BY-SA 4.0 - Foto van/door Michiel Hendryckx

Leo Jozef Theresia Pleysier (Rijkevorsel, 28 mei 1945) is een Nederlandstalig Belgisch schrijver. Hij werd geboren in Rijkevorsel in de Antwerpse Kempen, en woont daar anno 2020 nog steeds.

In zijn verhalende prozawerk onderzoekt hij zijn verhouding tot zijn geboortestreek en zijn familieleden. Angst, eenzaamheid, nestwarmte, geweld, de veranderende tijdgeest, isolement en verbondenheid tussen mensen zijn enkele terugkerende thema's. Pleysiers romans zijn emblemata van de menselijke conditie. Ze bevatten tussen de regels ook heel wat tijds- en maatschappijkritiek.

Zijn eerste boeken (Mirliton en Niets dan schreeuw) zijn experimenteel van taal en compositie en ik-gericht. Gaandeweg heeft de auteur zijn horizon verruimd: van zijn eigen streek (Waar was ik weer?) naar Engeland (Shimmy), Afrika (Zwart van het volk), India en China (De Gele Rivier is bevrozen, De trousse).

Wit is altijd schoon (1989), wa…Lees verder op Wikipedia